Klimaat verandert sneller dan verwacht
Het klimaat op aarde verandert door het zogenaamde broeikaseffect: Door luchtvervuiling komen gassen vrij die meer zonnewarmte binnen de atmosfeer houden. De temperatuur stijgt.Deze klimaatverandering kan leiden tot grote overstromingen, extreme weersomstandigheden, droogte en ongeschiktheid van de grond voor landbouw. In welk tempo de klimaatverandering plaatsvindt is nog niet duidelijk. Sommige rapporten voorspellen in de komende eeuw een stijging van 1,4 graden, andere sluiten een stijging met 11 graden niet uit. De aarde wordt verwarmd door de zon. Een gedeelte van de zonnestraling wordt door de atmosfeer terug de ruimte in gekaatst, een ander deel wordt omgezet in warmte op aarde. Ook deze warmte verdwijnt gedeeltelijk de ruimte in. Bepaalde gassen in de dampkring zorgen ervoor dat de warmte die de aarde uitstraalt gedeeltelijk wordt teruggekaatst; deze gassen leggen een warme deken om de aarde. Dit noemt men het broeikaseffect.
Zonder het natuurlijke broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur op aarde op jaarbasis -18 graden Celsius bedragen, in plaats van de huidige +12 graden. Maar omdat de mens grote hoeveelheden broeikasgassen in de dampkring brengt, wordt het broeikaseffect behoorlijk versterkt. De belangrijkste broeikasgassen zijn:
| - | kooldioxide (CO2): dit komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals steenkool, aardolie en (in mindere mate) aardgas. CO2 komt ook vrij bij ontbossing. |
| - | methaan (CH4): ontstaat vooral in de landbouw en veeteelt. |
| - | distikstofoxide (N2O, lachgas): komt vrij bij verbranding van fossiele brandstof en gebruik van mest. |
| - | fluorverbindingen |
Veel van deze stoffen komen van nature in de atmosfeer voor. Maar door menselijk handelen komen steeds meer van deze stoffen in de dampkring, waardoor meer warmte rondom de aarde wordt vastgehouden. Gevolg: de temperatuur stijgt. Door het stijgen van de temperatuur smelt ijs van de Noordpool en gletsjers. Dit gesmolten ijs leidt tot een hogere zeespiegel. Er berekeningen verschillen, maar de zee zou in deze eeuw tussen de 9 en 90 centimeter kunnen stijgen.
Ook het klimaat verandert. Sommige gebieden zullen droger worden, op andere plekken kan zware regenval voorkomen. Ook kunnen meer tropische cyclonen voorkomen. Sommige gebieden zullen ongeschikt worden voor de landbouw, andere misschien gechikter. Insectenplagen zijn niet uitgesloten.
De temperatuurstijging heeft in Nederland al zichtbare gevolgen. Zo rukt de eikenprocessierups op in Noordelijke richting en bloeien bepaalde planten al een maand eerder dan we gewend waren. De gassen die het broeikaseffect veroorzaken, storen zich niet aan landsgrenzen: ze verspreiden zich over hele werelddelen. Eén land kan het broeikaseffect niet in zijn eentje bestrijden: alleen als zoveel mogelijk landen samenwerken, kan de klimaatverandering worden tegengegaan. Daarom zijn op internationale conferenties afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Een belangrijke stap daarin was het verdrag dat in 1997 in het Japanse Kyoto werd gesloten. Dit zogenaamde Kyoto-protocol verplicht de Europese Unie de hoeveelheid broeikasgassen die vrijkomt, met 8 procent te verminderen. Binnen de EU wordt gewerkt aan maatregelen om deze doelstelling te halen.
| Meer over het broeikaseffect (Milieuloket) |