Gekwalificeerde meerderheid

Hoofdregel wordt dat de Europese Raad en de Raad van Ministers beslissen met gekwalificeerde meerderheid. Daartoe is het nodig:

dat ten minste 55% van de leden van de Raad, met een minimum van 15, vóórstemmen en
 
dat in de lidstaten die zij vertegenwoordigen ten minste 65% van de bevolking van de hele Unie woont.
Minder vaak unanimiteit vereist
Unanimiteit is nog maar in een beperkt aantal gevallen vereist. Zo wordt voorkomen dat één land met een veto een besluit tegen kan houden waar de andere 24 lidstaten voor zijn.
Blokkerende minderheid
Om een besluit tegen te houden, moeten ten minste vier landen tegen stemmen. Als dus 22 landen waar 60% van de inwoners van de EU wonen voor een wetsvoorstel zijn en maar drie landen tegen, is weliswaar niet voldaan aan de eis van 65% van de inwoners, maar is het besluit toch aangenomen omdat het aantal tegenstemmers te laag is.
Achtergrond
Deze stemprocedure is de uitkomst van lange en moeizame onderhandelingen.

Geprobeerd is een evenwicht te vinden tussen de belangen van grote en kleine landen:

door het criterium van het bevolkingsaandeel wordt voorkomen dat een grote groep kleine landen een besluit neemt waar de grote landen tegen zijn
 
door voor een blokkerende minderheid een minimum van vier lidstaten te eisen, wordt voorkomen dat drie grote landen een besluit tegenhouden waar de meeste landen voor zijn

Het vereiste van een minumum van 15 lidstaten betekent bij het huidige aantal van 25 landen in feite dat 60% van de landen voor moet zijn.

Al met al zal de besluitvorming wel een stuk eenvoudiger worden dan de huidige situatie, waarin in principe sprake moet zijn van unanimiteit, zodat één land een besluit kan blokkeren.
Uitzonderingen op de hoofdregel
ruimere meerderheid

Wanneer het voorstel waarover besloten wordt, niet afkomstig is van de Europese Commissie of van de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie, is een grotere meerderheid vereist: dan moet zelfs 72% van de leden van de Raad voorstemmen. Ook in dit geval geldt de eis dat in de lidstaten die zij vertegenwoordigen ten minste 65% van de bevolking van de hele Unie woont.

Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de Raad

op initiatief van een van de lidstaten beslist over onderwerpen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken,
op eigen initiatief besluit over onderwerpen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

unanimiteit

Sommige besluiten kunnen alleen worden genomen als alle lidstaten het ermee eens zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het vaststellen van de begroting van de EU, en bij de inzet van militairen in EU-verband.
Relevante artikelen
- Artikel I-25: Definitie van gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Europese Raad en in de Raad
- Artikel I-23: De Raad van Ministers